Over Linkebeek

Geschiedenis

Een beek lag aan de oorsprong van de plaatsnaam en het ontstaan van onze gemeente.  Volgens sommige toponymisten betekent Linkebeek “linkse beek”.  Maar de meest bijgetreden uitleg betreffende de oorsprong van de benaming van de gemeente is “een beek met grasber­men”.  Wat het woord “Link” betreft, de Engelsen vertalen dit door schakel, ring, verbindings­streep, band, ...

Linkebeek, ten westen van het eeuwenoude Zoniënwoud, was al bewoond in het steentijdperk.  Dit blijkt uit de menselijke overblijfselen die in de loop der jaren bij graafwerken blootgelegd werden..

De eerste kapel, gebouwd in 1110, door Godfried met de Baard, Graaf van Leuven, werd genoemd naar “Sint-Sebastiaan”, de beschermheilige van de boogschutters.
Later werd het een drukbezochte bedevaartplaats tegen besmettelijke ziekten.  Ook verschil­lende vorsten kwamen er op bedevaart. Het bezoek van Karel de Stoute (1469) verdient een speciale vermelding.  Deze beroemde bedevaarder stichtte er de broederschap van Sint-Sebasti­aan, die afhing van de abdij van Vorst.  Karel de Stoute zou zo opgetogen geweest zijn over het gunstige resultaat van zijn bedevaart dat hij de broederschap van Sint-Sebastiaan een kostbaar gulden boek schonk.

In de Middeleeuwen bleef de broederschap van Sint-Sebastiaan afhankelijk van Vorst.  Onder het leenstelsel kwam Linkebeek onder het gezag van de hertogen van Brabant. Omstreeks het einde van de 15e eeuw kwam het onder de jurisdictie van de heer van Beersel, Jan van Withem.

Karel de Grote, die een fervente jager was, kwam regelmatig in de aangrenzende bossen jagen.  Hij bezat in Linkebeek zelfs een paviljoen dat hij had laten bouwen in een glooiing van het terrein tegen de grote trap die vandaag langs de kerk loopt.

Onder het Spaanse bewind werd het dorp vaak als pand gegeven aan hoge Spaanse ambtena­ren.

Omstreeks 1650 werd de broederschap en dus ook Linkebeek gekocht door Albert van de Winckele, Raadsheer van Brabant.  Hij stichtte de Zelfstandige Heerlijkheid van Linkebeek, die samengevoegd werd met die van Rode en Alsemberg.  Hij bouwde er een kasteeltje.  Marie-Barbe de Man (1796) was de laatste kasteelvrouw van de Heerlijkheid.

Het wapenschild van Linkebeek is het blazoen van de familie de Man.  Het stelt drie Morenkoppen op een veld van zilver met rode keper voor.  Dit wapen werd officieel erkend bij Koninklijk Besluit van 6 december 1956.  Dit besluit luidt als volgt:

“... Overwegen­de dat uit een geloofwaardige oorkonde blijkt dat de Schepenen van Linkebeek vóór 1795 regelmatig gebruik hebben gemaakt van bijzondere wapens....  Geven wij de gemeente Linkebeek toelating door deze open brieven, gebruik te maken van dit wapen zoals het hier beschreven en afgebeeld is: * van zilver met keper van keel, vergezeld van drie Morenkoppen, omwonden van keel *...”.


Keel: In de Middeleeuwen werden kleine lappen pels uit de strottenhuid (keel) van dieren gesneden om te dienen als versiering van het schild.  In het blazoen is keel de rode kleur van het wapenschild.
Het wapenschild schijnt voor het laatst gebruikt te zijn onder het Franse “Ancien Régime”.  Voor ons dorp gaat het om de periode van 26-4-1775 tot en met 5-9-1796, toen het deel uitmaakte van de Heerlijkheid van Marie-Barbe de Man.  Het zegel van Jonkvrouw de Man werd in een oorkonde van 1777 in het archief van de abdij van Zevenborre teruggevonden.  Dit zegel werd aan onze gemeente toegekend.  De oorsprong ervan is onzeker en daarover bestaan verschillende versies.  Een der voorouders van de Man zou zich onderscheiden hebben in de oorlog tegen de Turken of de Saracenen tijdens de kruistochten of nog de de Man’s waren afstammelingen of bloedverwanten van een Spaanse familie die Moor­se hoofden in haar blazoen had.

In de wapenkunde betekent “zilver” wit.  Het symboliseert trouw, onschuld en kennis.  “Keel” betekent rood en symboliseert vastberadenheid, moed, overwinningsdrang of opoffe­ringsgeest.

De kleuren van Linkebeek zijn dus: wit en rood.